Seksuele educatie deel 2: Woordenschat

Seksuele educatie deel 2: Woordenschat

Seksuele ontwikkeling met een vleugje theorie

Door: Jetske van SKSPRAAT

Het schaamrood op de kaken omdat je woorden moet zeggen als ‘piemel’, ‘vulva’ of was het ‘vagina’? Wat was ook al weer het verschil? ‘Waar ligt de klemtoon bij clitoris?’ Is het normaal om het over beffen te hebben? Het serieus niet weten, paniek, hoe je bepaalde woorden hardop kunt zeggen, omdat je niet weet of het goed is. Of het wel kan. Daar heb ik zelf ook jaren last van gehad en nog steeds vind ik dat in bepaalde gezelschappen moeilijk. Bij het schrijven van online stukken betrap ik mij er ook nog weleens op dat ik wél de Engelse termen weet. Dankjewel fanfiction

Een grote woordenschat, ook op seksueel gebied, heb ik. Dat betekent alleen nog niet dat ik daadwerkelijk goed kan uitleggen wat ik wil. Ik heb tenslotte nooit geleerd om dat te doen. 

Een stukje theorie over woordenschat onderwijs

Als leraar heb ik geleerd dat het aanbieden van woordenschat zeer belangrijk is. Kinderen met een kleinere woordenschat ontwikkelen zich immers op een andere manier dan kinderen met een grote woordenschat. De theorie die ik hierbij kreeg zette mij aan het denken. Kijk voor meer duidelijkheid ook naar het plaatje hierboven. 

Woordenschat, dus de kennis van woorden en de hoeveelheid woorden die je kent, kun je beschrijven als volgt: Je kent het woord (label) en het concept (de uitleg van het woord). Bijvoorbeeld ‘de tafel’ is het label en ‘het heeft meestal vier poten, je kunt er aan zitten, je kunt er dingen op zetten, het is van hout, ijzer of plastic’, is het concept. De kennis van het label en het concept is belangrijk om de volgende redenen. 

Bovenaan staat meepraten: communicatieve ontwikkeling. Doordat je meer woorden kent is het makkelijker om mee te praten. Wanneer je in een gesprek over een tafel niet weet wat een tafel is, dan gaat het gesprek voor jou grotendeels langs jou heen. Misschien loop je je ondertussen wel af te vragen of er koeien van plastic zijn. Koeien hebben immers ook vier poten. Datzelfde geldt voor een gesprek over bijvoorbeeld de clitoris. De meeste mensen kennen het woord (label) wel, maar als je de clitoris niet kunt aanwijzen dan wordt een gesprek vrij lastig. Denk maar aan verhalen van mensen die de vagina en clitoris door elkaar halen en wat voor miscommunicaties je dan krijgt.

Links hiervan staat meedenken: cognitieve ontwikkeling. Woorden zijn bouwstenen in jouw kennis. Hoe meer woorden je kent, hoe makkelijker het wordt om kennis (cognitie) op te bouwen. Als we hetzelfde voorbeeld van ‘de tafel’ nemen, leer je eerst het woord ‘ tafel’. Daarna kan je bijzettafels, koffietafels, statafels, natafelen en misschien wel rekentafels koppelen. Leer je dus op jonge leeftijd al verschillende woorden voor de vulva, de piemel of geslachtsgemeenschap, kan je dus vanuit daar verder bouwen. Leer je die woorden pas op latere leeftijd, moet je dus ook meer energie steken om alle woorden in één keer te leren. Als je de basiswoorden niet weet, mis je een gedeelte van de kennis om de rest te begrijpen. Daarom wordt er vaak ook gepleit om kinderen van jongs af aan wel al alle lichaamsdelen te laten benoemen (labelen). Niet alleen met ‘spleetje’ of ‘pieletje’, maar ze ook de biologische termen te laten benoemen (omlabelen). 

Rechts van de driehoek staat meedoen: sociaal-emotionele ontwikkeling. Wat leer je hiermee? Gevoelens uitdrukken en je zekerder van jezelf voelen. Weet jij niet wat een tafel is en het gesprek gaat daar wel over? Dan is het moeilijker om je in het gesprek toch zelfverzekerd te voelen. Verder zijn er vaak woorden nodig om gevoelens uit te kunnen drukken. Meestal beginnen we met de basis: boos, blij, verdrietig, bang. Bij gevoel en communicatie horen echter zoveel meer woorden. Aangeven dat je zenuwachtig bent, wat jouw gevoel is bij een persoon of hoe jij je voelt tijdens en over seks, zijn gesprekken die niet altijd bij de basisgevoelens blijven. Communicatie wordt makkelijker als je de juiste woorden weet. Bovendien heeft grenzen aangeven, vertellen wat je lekker vindt en waar je het lekker vindt niet alleen te maken met de juiste woorden kennen. Ook weten hoe je hierover praat in zinnen en gesprekken is belangrijk.

Bovenstaande uitleg laat zien hoe belangrijk woordenschat is en hoe belangrijk het is om actief woorden en zinnen te kunnen gebruiken om zo bijvoorbeeld iemands seksualiteit en seksuele communicatie goed te ontwikkelen. Is het dan vreemd als veel mensen die weinig seksuele voorlichting hebben gehad het moeilijk vinden om te communiceren tijdens en over seks? Dat maakt dit ook meteen een pleidooi om wel al zo vroeg te beginnen met (de voorbereiding op) seksuele educatie.

Seksualiteit

En wat dacht je van de manieren om seksualiteit te beschrijven? 

LGBTQQIP2SAA+*

Zoals je ziet zijn er heel veel verschillende labels voor seksualiteiten en gender identiteiten. En dat is niet voor niets. Praktisch? Vind ik zelf niet, hoewel het ook weer heel belangrijk is. Het laat zien hoeveel mensen bezig zijn met de juiste labels zoeken voor hun gevoel en identiteit. Blijkbaar is dit moeilijk, want er zijn ondertussen gigantisch veel labels voor gender en seksualiteit en elk labeltje omschrijft eigenlijk maar een heel klein deel van wat iemands identiteit betekent. In de wetenschappelijke literatuur zijn er ondertussen allemaal modellen die elke keer op een andere manier weer met deze labels goochelen. We zijn het vervolgens nog steeds niet eens over hoe liefde nou precies voelt, wat seks is en hoe je een relatie kan omschrijven. Voor sommige relaties hebben we nog steeds niet de juiste woorden gevonden. 

Dat kan kloppen. Seksualiteit, relaties en gender kunnen hele complexe structuren zijn, waar de juiste betekenis van woorden een grote rol in spelen. Hoe kunnen we hier ooit duidelijkheid in krijgen als de helft van de mensen amper de juiste woorden voor hun eigen geslachtsdelen of hun gevoel hardop durven te zeggen? Dat maakt het extra lastig om onszelf te ontwikkelen op het gebied van seksualiteit en seksuele gevoelens. 

Conclusie

Wanneer we het hebben over het ontwikkelen van een woordenschat bij mensen (niet alleen kinderen, want ook volwassenen leren door natuurlijk), dan is het belangrijk om dit op elk mogelijk gebied te doen. Op dit moment is voor een groot gedeelte van de bevolking alle woordenschat rondom seksualiteit een soort blinde vlek. Eentje die je zelf moet leren en het initiatief in moet nemen. Woorden blijven vaak in de taboesfeer hangen. En dat terwijl dit belangrijke woorden zijn om te leren. Zonder deze woorden kun je eigenlijk niet verder leren, communiceren of jouw gevoelens verder ontwikkelen. Zonder deze woorden is het onmogelijk om je bewust te zijn van jouw identiteit rond seksualiteit, lichaam en relaties. 

Literatuur

Met woorden in de weer: Praktijkboek voor het basisonderwijs, Dirkje van den Nulft & Marianne Verhallen, Uitgeverij Coutinho (2009)

Begrippenlijst

Schaamrood op de kaken: Rode wangen krijgen / blozen.

Fanfiction: Verhalen die geschreven zijn door fans van bijvoorbeeld boeken of films zie fanfiction.net of archiveofourown.com. 

Pleiten: Iets proberen te bereiken, een wens aangeven.

LGBTQQIP2SAA+: Lesbian, gay, bi, trans, queer, questioning, intersex, pansexual, 2spirited, asexual and androgynous

Blinde vlek: Van oorsprong staat de term “blinde vlek” voor een klein gebied in het oog waar geen oogzenuw aanwezig is. Maar de term wordt inmiddels ook gebruikt in de sociale psychologie. Hier wordt het deel van je persoonlijkheid beschreven waar je je niet bewust van bent. 

 

Related Posts